pcb De Horizon

Capelle aan den IJssel

Kanjerprotocol

Protocol Kanjergedrag op de Horizon:

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave..................................................................................................................... 2

1.   Verantwoording van het beleid..................................................................................... 3

2.   Visie op het omgaan met gedrag.................................................................................. 3

3. Regels in de school.......................................................................................................... 4

a.   Inleiding......................................................................................................... 4

b.   Voorbeelden van regels op schoolniveau..................................................... 4

c. Gedragsafspraken op PCB De Horizon voor leerkrachten, leerlingen en ouders 5

d.   Toezicht in en om de school.......................................................................... 5

4.   Aanspreken op gedrag.................................................................................................. 6

5.   Versterken van gewenst gedrag................................................................................... 7                     

                  5a.     Negeren of straffen van ongewenst gedrag............................................. 7

6.   Handelen bij gedragsproblemen................................................................................... 8

a.   Handelingsgericht werken............................................................................ 8

b.   Signalering.................................................................................................... 8

c.   Ondersteuning............................................................................................... 8

d.   Stappenplan:.................................................................................................. 8

e.   Gediagnosticeerde kinderen......................................................................... 9

f.   Handelingsplannen........................................................................................ 9

g.   Gesprekken met de IB’er en/of een gedragsspecialist................................. 9

h.   Veiligheid.................................................................................................... 10

7.   Handelen bij grensoverschrijdend gedrag:................................................................. 10

                               Praktijkvoorbeeld…………………………………………………………………………………………………….11

8.   Time- out, Schorsing en verwijdering......................................................................... 13

a. Inleiding......................................................................................................... 13

b. Time-out........................................................................................................ 13

9.   Beleid Kanjertraining.................................................................................................. 15

a.   Kanjermaterialen die worden ingezet in de verschillende groepen.......... 15

b.   Voor alle groepen geldt:............................................................................. 15

c.   Tijd op het rooster....................................................................................... 15

d.   Scholing....................................................................................................... 15

e.   Ouders betrekken bij de kanjertraining...................................................... 15

10. Pestprotocol................................................................................................................. 16

 

 


 

1.   Verantwoording van het beleid

  1. Het beleid zorgt er voor dat de leraren van onze school op dezelfde wijze omgaan met het gedrag van kinderen. Hierdoor is de aanpak vele malen effectiever dan wanneer iedere leraar een eigen aanpak heeft.
  2. Voor de kinderen ontstaat hierdoor duidelijkheid en rust, een veilige leeromgeving en een goed pedagogisch klimaat. Voor alle kinderen maar zeker voor kinderen met gedragsproblemen is dit een voorwaarde om goed gedrag te kunnen leren en te laten zien.
  3. Het goede pedagogische klimaat in de school stelt de kinderen in staat zich op sociaal-emotioneel gebied te ontwikkelen en optimale leerprestaties te realiseren.
  4. Voor ouders geeft dit beleid duidelijkheid over wat ze van de school mogen verwachten. Dit werkt positief uit op twee manieren:

 

2.   Visie op het omgaan met gedrag.

Uitgangspunt van PCB De Horizon is dat we bewust een rol willen spelen in het aanleren van goed, sociaal gedrag van de kinderen op onze school en een bijdrage willen leveren aan de emotionele opvoeding van de kinderen. Als school willen we hier actief mee bezig zijn. De opvoedende rol van de school zien wij in het verlengde van die van de ouders als eerste opvoeders van hun kind. De basis van ons handelen worden gevormd door de waarden en normen zoals die in de school worden gehanteerd.

Goed gedrag van kinderen willen we handhaven en versterken. Preventie van probleemgedrag heeft de hoogste prioriteit. Kinderen worden goed gevolgd in hun sociaal-emotionele ontwikkeling en in alle groepen worden lessen gegeven van de Kanjertraining.

Snel ingrijpen, wanneer een kind gedragsproblemen heeft, leidt ertoe dat bij gedragsproblemen in de beginfase goed kan worden opgetreden, waardoor ernstiger problematiek kan worden voorkomen.

Ook kinderen die probleemgedrag vertonen, dat samenhangt met bepaalde stoornissen, geven wij de ondersteuning die de kinderen nodig hebben, vaak in samenwerking met externe deskundigen. Een stoornis is echter nooit een excuus voor probleemgedrag.

Als door probleemgedrag van kinderen de veiligheid van andere kinderen of de leraren in het geding komt, zullen passende interventies aangeboden worden om de veilige situatie te herstellen.

 


3. Regels in de school

a.   Inleiding

De regels in onze school zijn zoveel mogelijk positief opgesteld. Dit wil zeggen dat de regels vertellen welk gedrag we willen zien van de kinderen.

Regels vinden we op drie niveaus in de school terug:

  1. Op schoolniveau
  2. Op klassenniveau
  3. Op leerling-niveau

De regels worden de kinderen aangeleerd door er in het begin van het schooljaar, in de periode van de groepsvorming en ook gedurende het schooljaar aandacht aan te besteden in de groepen. Regels liggen soms vast, maar kunnen ook met de kinderen in de groepen worden bedacht. Er wordt regelmatig gepraat over de regels met de kinderen en regels worden op structurele wijze geoefend.

Regels die zijn afgesproken zijn in de school en in de lokalen zichtbaar. Regels die op leerling-niveau met een kind worden opgesteld worden ook op een voor de leerling passende wijze vastgelegd.

 

b.   Voorbeelden van regels op schoolniveau

Algemene regels:

            Als de eerste bel gaat, kom ik in de rij staan.

            Ik loop rustig in de school

            Ik mag alleen buiten het plein skeeleren, steppen

            Ik zorg dat alles netjes blijft.

            Ik blijf van de spullen van andere kinderen af.

 

Kanjerregels:

            We vertrouwen elkaar

            We helpen elkaar

            We spelen samen

            We hebben plezier.

 

Voorbeelden van regels op klassenniveau:

            Ik steek mijn vinger op als ik iets wil zeggen.

            Ik berg mijn spullen netjes op in mijn laatje.

            Ik luister als een ander iets vertelt in de groep.

            Als de juf/meester praat, ben ik stil.

                       


c. Gedragsafspraken op PCB De Horizon voor leerkrachten, leerlingen en ouders

Kernafspraken fatsoensregels die wij als Kanjerschool hanteren (uit het Kanjerboek):

Beheers uw emotie. U bespreekt uw probleem. Wacht niet met de klacht te bespreken, totdat bij u of uw kind “de emmer over loopt”. Als ouder en leerling pak een ander kind in of buiten de school niet in de kraag om het “een en ander recht te zetten wat er fout is gedaan”, maar het wordt bespreken met de leerkracht.

U spreekt met respect over andermans kind en andermans opvoeding.

Roddel niet.

De school gaat alleen met u in gesprek als u oplossingen wilt bespreken die goed zijn voor het kind en voor uzelf, maar ook voor anderen.

 

Positief leerkrachtgedrag

Begrip. Leerkracht kan begrip op brengen voor gedachten- en leefwereld van kinderen.

Respectvol. Leerkracht neemt kinderen serieus en respecteert hun reacties.

Vriendelijk. Praat rustig, kijkt kinderen aan, snauwt en schreeuwt niet.

Optimisme. Verwacht dat het met het kind goed zal aflopen.

Rustig. Leerkracht beweegt zich rustig, praat rustig, reageert rustig, is voorspelbaar.

Voegt daden bij woorden/is echt. Meent wat hij zegt. Geeft duidelijke regels en grenzen.

Leerkracht corrigeert opbouwend: geeft tips.

Leerkracht moedigt onafhankelijkheid aan / durft los te laten.

Leerkracht heeft hoge verwachtingen van eigen verantwoordelijkheid van kinderen.

Leerkracht vertrouwt kinderen, ouders en collegae.

Leerkracht denkt positief kritisch na over eigen functioneren.

Leerkracht stelt welzijn van het kind voorop.

Leerkracht richt zich niet op uiterlijke schijn.

Leerkracht neemt verantwoordelijkheid voor een rustige/veilige sfeer in de klas, op de

gang, in de school, in de buurt.

 

Positief leerling gedrag.

• Ik ben te vertrouwen

• Ik vertrouw anderen

• Niemand speelt de baas

• Niemand lacht uit

• Niemand doet zielig

• We helpen elkaar

 

d.   Toezicht in en om de school

In school

In de school houden alle leraren toezicht op het naleven van afspraken van alle leerlingen.

 

Op het plein

Als de kinderen in de pauze buitenspelen wordt er door de klassenleerkracht toezicht gehouden op het plein.

 

Toezicht in de kleedkamers

Wij hebben in beeld bij welke groepen toezicht noodzaak is en om welke kinderen het gaat van die groepen. We zorgen dat er toezicht is bij de kinderen of groepen met lastig gedrag.

 

Toezicht tijdens de lunchpauze

De tussenschoolse opvang wordt geleid door ouders die de Kanjeropleiding hebben gevolgd.

 

4.   Aanspreken op gedrag

Op PCB De Horizon spreken de leraren de kinderen en elkaar op eenduidige wijze aan op hun gedrag. De onderstaande stappen geven aan hoe dat gebeurt bij leerlingen in de les.

 

Basis:

  1. We vertellen het kind duidelijk welk gedrag we van hem/haar verwachten.
  2. We benoemen goed gedrag.

 

Aanspreken op ongewenst gedrag:

  1. We vertellen  wat we zien of horen gebeuren.
  2. We dienen een verzoek in.
  3. Bij nee: Vragen we naar de bedoeling van het kind
  4. Bij ja: We betrekken groepsleden erbij
  5. We vragen weer naar de bedoeling van het kind
  6. Bij ja vragen we: “Is er iets speciaals aan de hand dat je zo doet?” Bij ja volgt een persoonlijk gesprek.
  7. Bij nee: We eisen dat de leerling stopt. Doet hij/ zij dat niet dan geven we bedenktijd. Is het ongewenste gedrag dan nog niet gestopt? Dan betrekken we de ouders erbij.
  8. Met de ouders bespreken we wat ze van het gedrag van het kind vinden en hoe we er voor gaan zorgen dat het stopt. Er wordt een plan opgesteld en een termijn afgesproken waarbinnen het gedrag veranderd moet zijn.
  9. Als de ouders hieraan niet meewerken wordt het gemeld bij de directie.
  10. Als na een gesprek bij de directie ouders nog niet akkoord gaan, volgt er een passende maatregel.

 


5.   Versterken van gewenst gedrag

Gewenst gedrag van leerlingen willen we erkennen en versterken door het geven van positieve feedback. Het gedrag van de leerling die positieve feedback krijgt wordt versterkt, maar door de feedback openlijk te geven, wordt ook het gedrag van andere leerlingen positief beïnvloedt. Er zijn veel verschillende manieren om gewenst gedrag te belonen. Het is belangrijk om manieren te gebruiken die leerlingen aanspreken.

Voorbeelden van beloningssystemen zijn:

  1. Positieve aantekening op het bord of op een beloningskaart.
  2. Het geven van complimenten
  3. Leuke activiteiten doen als beloning.
  4. Een tastbare beloning zoals een sticker of een ijsje.
  5. Een positief telefoontje naar huis
  6. Erkenning naar derden uiten (directeur of andere leraar)
  7. Het invullen van een goed-gedrag-kaart

 

 

5a. Negeren of straffen van ongewenst gedrag.

“We kiezen er voor om gewenst gedrag te versterken en ongewenst gedrag zoveel mogelijk te negeren”

 

Dit betekent dat:

-  we het kind vertellen wat het fout doet en zeggen wat het kind wel moet doen

 

Wanneer dit al meerdere keren gedaan is en geen effect heeft en dus het gedrag grensoverschrijdend is dan gaan wij over op straffen.

NB. De leerkracht zelf corrigeert het ongewenste / niet te tolereren gedrag

 

Onder grensoverschrijdend gedrag verstaan wij:

 

- als het kind tijdens de uitleg continu opzettelijk geluiden maakt door de klas.

- als het kind door de klas schreeuwt wanneer hem / haar iets niet zint.

- als het kind met eigendommen van zichzelf of een ander gooit of deze opzettelijk     

  stuk maakt.

- als het kind brutaal is naar de leerkracht, de leerkracht pijn doet

- als het kind zichzelf of anderen bewust pijn doet; zoals andere kinderen intimideren   

  of lastigvallen d.m.v. fysiek geweld zoals slaan,  schoppen, knijpen  of krabben .

- als het ongehoorzaam is (niet naar de time-out plek wil)

- als het kind de Kanjerregels overtreedt.

 

Conclusie: grensoverschrijdend gedrag dwingt  de leerkracht om direct te handelen.

Ten allen tijde bepaalt de leerkracht wat grensoverschrijdend gedrag in zijn/haar klas is.

 

De waarschuwingsbrief.

 

Het gedrag blijft zich herhalen, terwijl het kind meerdere keren is gewaarschuwd en er is uitgelegd welk gedrag we verwachten. Dan volgt er een waarschuwingsbrief. Dit gaat als volgt:

 

1. Ouders worden gebeld door de leerkracht (de leerkracht licht de reden van de 

    waarschuwing toe).

2. Het kind krijgt een waarschuwingsbrief mee voor ouders en deze komt

    ondertekend retour.

3. De directie verzorgt de waarschuwingsbrief.

4. De leerkracht noteert dit in ParnasSys.

 

De strafbrief:

 

Wanneer de waarschuwingsbrief geen effect heeft of het gedrag  zodanig grens-overschrijdend is dat het niet te tolereren valt. Dan volgt er een strafbrief. Dit gaat als volgt:

 

1. Ouders worden gebeld door de leerkracht (de leerkracht licht de reden van de straf        

    toe).

2.  Het kind krijgt een strafbrief mee voor ouders en deze komt ondertekend retour.

3. De directie verzorgt de strafbrief.

4. De leerkracht noteert dit in ParnasSys.

5. Bij 1e strafbrief op school tot 16.00u / op woensdag tot 13.15u.

6. Bij 2e strafbrief op school tot 16.30u / op woensdag tot 13.45u.

 

Wat gebeurt er bij grensoverschrijdend gedrag onder schooltijd:

 

1. De leerling wordt uit de groep verwijderd.

    Het kind krijgt een TIME OUT. Onder een “time out “verstaan wij:

    Het kind separeren van zijn/haar huidige groep door het kind onder te brengen in           

    een andere groep.

2. De leerkracht bepaalt de tijdspanne van de “time out”. De ouders worden gebeld

    dat hun kind naar een time-out plek is gestuurd en met welke reden en de 

    leerkracht noteert dit in ParnasSys.

 

TIME OUT

Plan A

Een time-out in een andere groep

            - De leerkracht die verwijdert bepaalt waar het kind naar toe gaat

             (time-out plaatsen kunnen onderling vooraf afgesproken worden volgens de       Kanjermethode)

            - De leerkracht geeft werk mee en bepaalt hoelang het kind een time-out krijgt.

            - De ontvangende collega biedt plek en negeert.

            - Het kind gaat na de time-out terug naar zijn/haar eigen groep

 

Plan B

Wanneer het ongewenste gedrag tijdens de time-out  aanwezig blijft in de andere groep.

-       De directie wordt ingeschakeld en onderneemt actie.

-       De directie spreekt het kind aan met als doel dat het gedrag stopt.

-       Bij een niet te hanteren leerling wordt er contact met de ouders opgenomen.

-       De leerling wordt opgehaald door ouders.

 

 

Gevolgen van het gedrag

·         Groep 1 / 2  en gr. 3 tot de kerst

      direct contact met de ouders door de leerkracht

·         Groep 3 na de kerst / gr. 4

 - waarschuwingsbrief naar de ouders

 - strafbrief nablijven tot 16.00 u / op woensdag 12.15 u

·         Groep 5 – 8

- waarschuwingsbrief  naar ouders

     - bij onaanvaardbaar gedrag direct een strafbrief naar ouders

     - strafbrief nablijven tot 16.00 u / 16.30 u en op woensdag 13.15 u / 13.45 u

 

Bij herhaling van grensoverschrijdend gedrag  of niet meer bij te sturen gedrag door school (time out is niet de oplossing meer)  wordt in overleg met de directeur-bestuurder overgegaan tot schorsing.

 

 

6.   Handelen bij gedragsproblemen

a.   Handelingsgericht werken

Uitgangspunten van HGW vormen de basis van het handelen bij gedragsproblemen. Zo is het uitgangspunt dat we op zoek gaan naar wat een kind met gedragsproblemen nodig heeft en welke mogelijkheden de leerkracht in huis heeft om het kind te ondersteunen. Het gaat uiteindelijk niet om het vaststellen van het probleem, maar om het vinden van de oplossingen ervoor.

We gaan er van uit dat het kind(in ieder geval vanaf groep 5) zelf heel goed weet hoe problemen het beste kunnen worden opgelost en praten daarom ook met het kind over oplossingen. Ook de ouders worden betrokken bij het vinden van oplossingen voor het kind.

De leerkracht is in staat ook het eigen leerkrachtgedrag onder de loep te nemen en erop te reflecteren. De leerkracht kan ondersteuning krijgen van verschillende partijen als dit nodig is.

 

b.   Signalering

Het is de taak van de leerkracht om gedragsproblemen bij kinderen te signaleren. Signalering gebeurt in de eerste plaats in het dagelijks werken met de kinderen in de klas. Door middel van screening in het Kanjervolgsysteem wordt aanvullende informatie verkregen.

 

c.   Ondersteuning

Eerstverantwoordelijk voor het ondersteunen van een kind met gedragsproblemen is de leerkracht. De leerkracht kan ondersteuning en advies vragen aan een collega, de IB’er of de directie.

 

d.   Stappenplan:

  1. Leerkracht signaleert gedragsproblemen bij een kind
  2. Leerkracht onderneemt zelf actie (8-10 weken)
  3. Indien de ondernomen acties niet leiden tot het gewenste resultaat en de gedragsproblemen houden aan (8-10 weken)
  4. Indien de ondernomen acties niet leiden tot het gewenste resultaat(8-10 weken)
  5. Indien de ondernomen acties niet leiden tot het gewenste resultaat(8-10 weken)

                                                              i.      De stappen van 3 en/of 4 worden herhaald of

                                                            ii.      Er wordt besloten om het kind in de CCL te bespreken

                                                          iii.      Het kind wordt besproken met schoolmaatschappelijk werk

                                                           iv.      Het kind wordt besproken in het ZAT (na toestemming van ouders)

 

e.   Gediagnosticeerde kinderen

Als een kind een rugzak heeft dan wordt de leerkracht begeleid door de ambulant begeleider van het cluster. Regelmatig zal er groot overleg zijn met de ouders, de leerkracht, de ambulant begeleider en de IB’er.

Als een kind een gediagnosticeerde stoornis heeft, waarbij sprake is van gedragsproblemen, maar het kind heeft geen rugzak dan kan het kind in de CCL besproken worden en dan zullen de daaruit voortvloeiende handelingsadviezen voor de leerkracht, de intern begeleider en de gedragsspecialist worden meegenomen in een plan van aanpak. Het kind wordt steeds besproken met de ambulant begeleider van sbo De Balans.

 

f.   Handelingsplannen

Net als bij gedragsproblemen wordt de ondersteuning van een kind bij gedragsproblemen vastgelegd in handelingsplannen. De handelingsplannen worden gemaakt in Parnassys. Het kanjervolgsysteem en de Kanjermethode kunnen richting geven aan de inhoud van deze handelingsplannen. De ouders worden altijd op de hoogte gebracht van de inhoud van de handelingsplannen. Het is zinvol om handelingsplannen voor groepen kinderen te maken als dit mogelijk is.

 

g.   Gesprekken met de IB’er en/of een gedragsspecialist

Gesprekken met de ouders worden altijd gevoerd door de leerkracht. De leerkracht kan de ondersteuning van de IB’er en/of een gedragsspecialist inroepen bij moeilijke gesprekken. Als de problematiek van een kind heftig is, is het zinvol om het gesprek met IB’er en gedragsspecialist te voeren.

 

h.   Veiligheid

Als de veiligheid van kinderen (het kind zelf of andere kinderen) of van de leerkracht in gevaar komt, wordt overleg gevoerd waarbij de leerkracht, de IB’er en directie worden betrokken. Andere partijen als SMW’er, ambulant begeleider of de schoolarts kunnen op afroep hierbij betrokken worden.

 

7.   Handelen bij grensoverschrijdend gedrag:

Met grensoverschrijdend gedrag wordt hier bedoeld gedrag waardoor de veiligheid van leerlingen en/of leraar in het geding komt.

 

Wat doet een leerkracht als een kind zich ernstig misdraagt?

Stappenplan:

1.      De leerkracht vertelt de leerling weer wat gewenst gedrag is en zet andere kinderen aan het werk.

2.      De leerkracht complimenteert de andere kinderen voor goed gedrag.

3.      De leerkracht praat rustig en laat zien merken dat hij de agitatie van de leerling ziet.

4.      De leerkracht negeert of isoleert de leerling of biedt hulp.

5.      De leerkracht geeft de leerling een positieve keuze

6.      De leerkracht wendt zich af van de leerling en geeft tijd om na te denken.

7.      Als de leerling kalmeert geeft de leerkracht daarvoor een compliment.

8.      Als het probleem gedrag verder escaleert, roep dan hulp, verwijder de leerling of ontruim het lokaal.**

9.      Als de leerling tot rust is gekomen complimenteer dan de leerling. Er volgt altijd een gesprek.

 

** Als het gedrag nog verder escaleert:

  1. De leerling wordt uit de klas gehaald. De leerling werkt onder toezicht ergens anders. De leerkracht informeert telefonisch of persoonlijk direct de ouders. De leerkracht gaat in gesprek met het kind en geeft een straf die past in de lijn van de school.

2A De leerkracht gaat maximaal twee keer het gesprek met het kind en de ouders aan en  

      probeert om samen met  de ouders te werken aan het gedrag van het kind.

      2B De directeur wordt erbij betrokken als de ouders het niet eens zijn met de straf of niet

            achter de leerkracht/school lijken te staan. De directeur gaat dan het gesprek met de

            leerkracht en de ouders aan. Er worden afspraken gemaakt over de te volgen aanpak.

Dit wordt in Parnassys gezet, uitgeprint en door ouders ondertekend voor gezien.

 

N.B. Bij drie keer een herhaling van punt 1 en 2a volgt er sowieso een gesprek met ouders, leerkracht(en) en directie.

 

      3    De directeur kan de leerling een time-out geven als deze toch volhardt in ongewenst

            gedrag.                                                            

  1. De directeur kan de leerling schorsen als eerder genomen maatregelen of een time-out niet het gewenste resultaat hebben gegeven. Dit gebeurt altijd in overleg met het bevoegd gezag en de leerplichtambtenaar.
  2. In ernstige gevallen kan de directeur de leerling van de school verwijderen. Hierbij zijn het bevoegd gezag, de leerplichtambtenaar en de inspectie betrokken.

Zie verder het hoofdstuk: beleid time-out, schorsing en verwijdering.

 

PRAKTIJKVOORBEELD

1.      Probleem:                  Leerling vertoont ongewenst gedrag in de groep:

·         verstoort de les

·         stoort andere lln.

·         stoort lk.

·         of andere hinderlijke gedragingen

 

Actie:                          Leerkracht corrigeert en maakt notitie(s) in ParnasSys met:         

·         beschrijving probleem actie/maatregelen

 

2.      Probleemherhaling:

Leerling vertoont zelfde soort ongewenst gedrag; maatregelen hadden niet het gewenste resultaat

 

Actie:                   Leerkracht bespreekt probleem met IB’er en evt. andere collega’s

Leerkracht corrigeert en maakt notitie(s) in ParnasSys met:

·         beschrijving probleem actie/maatregelen

Leerkracht organiseert gesprek met ouder(s)/verzorger(s):

·         doelstelling (passend binnen Kanjertraining)

·         voorbeelden probleemgedrag

·         reactie ouder(s)/verzorger(s)

·         afspraken school & ouder(s)/verzorger(s) over bijv. time-outplek of   werkplek in de klas, heen-en weerschrift etc.

·         afspraak vervolggesprek     

·         vastleggen in ParnasSys

·         ouder(s)/verzorger(s) tekenen uitdraai ParnasSys en krijgen die mee    

 

3.      Probleemherhaling:

Leerling vertoont zelfde soort ongewenst gedrag; maatregelen hadden niet het gewenste resultaat

 

Actie:                   Leerkracht corrigeert en maakt notitie(s) in ParnasSys met:

·         beschrijving probleem

Leerkracht organiseert gesprek met ouder(s)/verzorger(s) en directie:

·         doelstelling (passend binnen Kanjertraining)

·         voorbeelden probleemgedrag

·         reactie ouder(s)/verzorger(s)

·         afspraken school & ouder(s)/verzorger(s) over bijv. time-outplek of  werkplek buiten de klas, professionele hulp, wat te doen bij herhaling

·         afspraak vervolggesprek

·         vastleggen in ParnasSys

·         ouder(s)/verzorger(s) tekenen uitdraai ParnasSys en krijgen die mee           

4.      Probleemherhaling:

Leerling vertoont zelfde soort ongewenst gedrag; maatregelen hadden niet het gewenste resultaat

 

Actie:                          Leerkracht corrigeert en maakt notitie(s) in ParnasSys met:

·         beschrijving probleem

Leerkracht organiseert gesprek met ouder(s)/verzorger(s) en directie:

·         doelstelling (passend binnen Kanjertraining)

·         voorbeelden probleemgedrag

·         reactie ouder(s)/verzorger(s)

·         afspraken school & ouder(s)/verzorger(s) over bijv. zoeken andere school plus hulp van school bij zoeken, wat te doen bij herhaling? (evt. schorsingstraject e.d.)

·         afspraak vervolggesprek            

·         vastleggen in ParnasSys

·         ouder(s)/verzorger(s) tekenen uitdraai ParnasSys en krijgen die mee           

 


 

8.   Time- out, Schorsing en verwijdering

a. Inleiding

Op onze school wordt gestreefd naar een veilig schoolklimaat. Hiertoe bieden wij de kinderen duidelijke structuur en regels. Wij benaderen de leerlingen positief, waarbij we vertrouwen uitstralen met betrekking tot de mogelijkheden van de kinderen.

Ten aanzien van ongewenst/agressief gedrag hanteren wij een protocol.

Door deze maatregelen lukt het in bijna alle gevallen ongewenst gedrag niet te laten escaleren. In uitzonderlijke situaties is het echter toch noodzakelijk zwaardere maatregelen te treffen als een time out, schorsing of zelfs verwijdering van een leerling. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een procedure voor "Schorsing en Verwijdering".

Schorsing en zeker verwijdering van leerlingen zijn ingrijpende maatregelen die niet snel toegepast worden. Toch worden indien noodzakelijk deze zware maatregelen getroffen.

Onderstaande procedure geeft de voorschriften voor een eventuele time out, schorsing of verwijdering, zodat een zorgvuldige behandeling van het betrokken kind en de ouders gewaarborgd is.

 

b. Time-out

-        Een Time-out van een leerling houdt in dat het kind tijdelijk wordt afgezonderd van de eigen groep. Een leerling wordt voor een bepaalde periode de toegang tot de eigen groep ontzegd.

-        De leerling zal in de time-out periode in een andere klas geplaatst worden. Het leerjaar van deze klas verschilt minimaal 2 leerjaren met het niveau van het kind.

-        Een Time-out wordt gebruikt als ordemaatregel (en als opvoedkundige strafmaatregel voor de betrokken leerling).

-        Een leerling kan een time-out krijgen als deze door zijn storend, ongewenst of agressief gedrag de gang van zaken in de klas zo verstoort dat anderen (medewerkers en/of medeleerlingen) daar in ernstige mate hinder van ondervinden.

-        Een time-out zal altijd meerdere dagen duren. Er wordt in het time-out gesprek met de ouders een evaluatiemoment afgesproken waarop bepaald kan worden of de time out kan worden opgeheven en het kind terug in de eigen groep mag.

 

c. Procedure verwijdering uit schoolgids

 

De verwijdering van leerlingen is binnen de stichting PCPO Capelle-Krimpen als volgt geregeld.

1        Tijdelijke verwijdering

1.      De directie kan bij wijze van tuchtmaatregel of op grond van algemeen verbindende voorschriften een leerling tijdelijk de toegang tot de school ontzeggen. Indien er sprake is van een tuchtmaatregel, geldt dat een eerste verwijdering niet langer duurt dan 1 dag, een tweede niet langer dan 3 dagen en een derde niet langer dan 5 dagen.

2.      Vooraf informeert de directie de ouders over de voorgenomen verwijdering.

3.      De directie stelt de algemeen directeur dezelfde dag op de hoogte van de genomen maatregel onder vermelding van de aanleiding, de tijdsduur en de gevolgen.

 

2        verwijdering

1.      De directie kan, in overleg met de algemeen directeur, een leerling de toegang tot de school ontzeggen, indien is vastgesteld, dat

      a.   het gedrag van de leerling de voortgang van het onderwijs in de school ernstig belemmert of het klimaat ernstig verstoort;

      b.   het gedrag van de leerling of van de ouders/verzorgers een bedreiging vormt voor de veiligheid en/of de gezondheid van de leerlingen en/of het personeel;

      c.   ouders te kennen geven de grondslag en de doelstellingen van de school niet meer te respecteren

      d.   ouders weigeren een leerling op grond van een dringend advies van een onafhankelijke instantie over te plaatsen naar een voorziening voor speciaal onderwijs.

2.      De directie meldt een besluit tot verwijdering onmiddellijk bij de leerplichtambtenaar.

Definitieve verwijdering van een leerling vindt niet eerder plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere school (een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet onderwijs of een instelling voor speciaal en voortgezet onderwijs) bereid is de leerling toe te laten. Indien aantoonbaar gedurende 8 weken zonder succes is gezocht naar een zodanige school of instelling waarnaar kan worden verwezen, kan in afwijking van de vorige volzin tot definitieve verwijdering worden overgegaan.

 

 


9.   Beleid Kanjertraining

a.   Kanjermaterialen die worden ingezet in de verschillende groepen

1 en 2  Het Kleine Kanjerknieboek is bestemd voor de groepen 1 en 2. Het boek wordt ieder

            schooljaar in zijn geheel behandeld. Daarnaast is er het prentenboek “De Vogel”.

3 en 4  Max en de klas is bestemd voor groep 3 en 4. Uit het Werkboek behorend bij Max en  

            de klas kunnen werkbladen gekopieerd worden.  In groep 3 wordt de eerste helft van 

            het boek  behandeld. In groep 4 wordt de tweede helft van het boek behandeld. 

            In groep 3 wordt ook Max en de Vogel als knieboek  besproken.

5          Het boek Max en de Zwerver

6          Werkboek 1

7 en 8  Werkboek Deel II is bestemd voor groep 7 en 8. De leerkrachten behandelen de

thema’s die actueel zijn in de groepen.  In groep 8 wordt begonnen met werkboek 3 als werkboek 2 is afgerond.

 

b.   Voor alle groepen geldt:

Oefeningen van de Kanjertraining kunnen veelvuldig herhaald worden. Vertrouwensoefeningen worden zeer regelmatig in Kanjerlessen gedaan. Oefeningen met de 4 petten worden zeer regelmatig ingezet om Kanjergedrag aan te leren en praktijksituaties te bespreken. Oefenstof in werkboeken wordt altijd gekoppeld aan gesprekken en oefeningen.

 

c.   Tijd op het rooster

In elke groep staat minimaal 50 minuten per twee weken op het rooster voor Kanjertraining. Er kan iedere week een korte les van 25 minuten worden gegeven of een keer per twee weken een langere les van 50 minuten.

 

d.   Scholing

Alle teamleden werkzaam op PCB De Horizon hebben de opleiding tot Kanjertrainer gevolgd. Collega’s kunnen begeleiding bij Kanjerlessen krijgen door de Kanjercoördinator. In teamvergaderingen worden regelmatig aspecten van de kanjertraining behandeld.

 

e.   Ouders betrekken bij de kanjertraining

  1. In alle groepen wordt tijdens de infoavond informatie gegeven over de kanjertraining door de leerkracht
  2. Alle leraren kennen het kanjerboek voor de ouders en promoten het boek bij de ouders
  3. In alle groepen wordt 1 keer per 2 jaar de mogelijkheid aan ouders geboden om een kanjerles bij te wonen.
  4. Er verschijnt regelmatig een stuk over de Kanjertraining in het Horizontaaltje.
  5. Op school zijn de Kanjerboeken te koop.

 

logo_horizon

10. Pestprotocol

 

 

Horizon-contract ”Pesten doet pijn

 

1.      Speel samen, sluit niet iemand buiten.

2.      Scheld niemand uit (terwijl je weet dat hij/zij dat niet leuk vindt).

3.      Luister naar elkaar en sta ook niet meteen met een oordeel klaar.

4.      Laat een ander met rust als je merkt, dat er ruzie ontstaat.

5.      Blijf van een ander zijn spullen af.

6.      Als je boos wordt, reageer dan niet meteen. Het helpt als je eerst tot 10 telt.

7.      Zeg tegen de leerkracht, dat je zelf of een ander gepest wordt: dat is geen klikken!

8.      Fluister, klets (roddel) en schrijf niet over een ander.

9.      Durf ook "sorry" tegen elkaar te zeggen

10.  Spreek duidelijke regels af, als je met elkaar gaat spelen.

 

Door mijn naam te zetten, laat ik zien dat ik mijn best zal doen om mij aan deze regels te houden:

Naam: ________________________________

Groep:________________________________

Datum:           

copyright © 2013 | pcb De Horizon | locatie Roerdomplaan 88 | 2903 TJ Capelle aan den IJssel | locatie Koggerwaard 1 | 2904 SC Capelle aan den IJssel

directie mevr. N. Bakker | tel. Roerdomplaan 010-4505563 | tel. Koggerwaard 010-4508346 | powered by emjee ICT diensten | Inloggen |