pcb De Horizon

Capelle aan den IJssel

Leerlingenzorg

Nieuwe leerlingen: toelating / aanmelding

 
Toelating:
Iedere leerling wordt toegelaten mits de ouders/verzorgers de grondslag en de doelstellingen van de school respecteren. Deze voorwaarde is al in het aanmeldingsformulier, dat ondertekend moet worden, opgenomen. Tevens moet, eventueel na onderzoek, blijken, dat de school voldoende is toegerust om de leerling te begeleiden. Ouders kunnen bij een negatief oordeel over de aanmelding in beroep gaan bij het bestuur.
 
Aanmelding:
Het aanmelden van nieuwe leerlingen vindt, na afspraak, plaats bij de locatieleider. Er volgt een intake-gesprek waarbij het een en ander over de school verteld wordt. Tijdens dit gesprek kunt u uw vragen kwijt, zodat u een bewuste keuze kunt maken voor de school waar uw kind heen zal gaan. Als uw kind 4 jaar is mag het naar de basisschool, verplicht is het dan nog niet.
Om een kind alvast een beetje te laten wennen aan de basisschool, kan het als gast worden toegelaten. Het kind moet dan wel de leeftijd van 3 jaar en 10 maanden hebben bereikt. Als uw kind 5 jaar is geworden, MOET het naar de basisschool. Op de eerste schooldag van de maand die volgt op de maand waarin een kind 5 jaar is geworden, is het kind namelijk leerplichtig.
U moet uw kind op een school laten inschrijven. Ook rust op u de plicht ervoor te zorgen dat uw kind regelmatig de school bezoekt.
 
Iedere leerling wordt toegelaten mits:
1a. De ouders/verzorgers de grondslag en de doelstellingen van de school respecteren.
1b. Na onderzoek blijkt dat de school voldoende is toegerust om de leerling te begeleiden.
2.Indien een leerling van een andere school bij ons op school wordt aangemeld, neemt de directie contact op met de directeur van de school, waarop de leerling op het moment van aanmelding is geplaatst. Na dit overleg neemt de directie een besluit over de toelating.
3. Indien een leerling niet wordt toegelaten, stelt de directie de ouders/verzorgers hiervan schriftelijk op de hoogte. Tegen dit besluit kunnen de ouders/verzorgers bij het bestuur in beroep gaan.
 
Procedure inschrijving nieuwe instroom 4-jarigen:
1. Afspraak voor het intake-gesprek wordt gemaakt met de   locatieleider en de ouders kunnen de schoolgids ophalen om alvast door te lezen.
2. Na het gesprek volgt een rondleiding door de school en een kennismaking met de kleutergroepen.
3. Ouders vullen het inschrijfformulier in en tekenen ervoor dat zij geen informatie achterhouden, die van belang is voor de ontwikkeling van het kind. Ook overleggen zij een kopie van het BSN-nummer van het kind.
4. Als het kind een peuterspeelzaal heeft bezocht ontvangt de school in bijna alle gevallen het peuterestafetteformulier.
5. Na plaatsing vullen de ouders het "Dit ben ik" formulier in en leveren het in bij de leerkracht.
6. Ongeveer 5 weken voordat het kind op school komt worden er door de ouders afspraken gemaakt met de leerkracht over de 4 "wen"- of kennismakingsochtenden.
7. De kinderen krijgen in de week voordat zij officieel worden toegelaten een kaart toegestuurd met daarop vermeld de datum van hun 1e schooldag.
 
Procedure nieuwe instroom leerlingen van een andere school:
Tijdens het intake-gesprek wordt de te volgen procedure besproken:
1. Er wordt contact opgenomen met de school van herkomst over het niveau (LVS), het gedrag, de werkhouding en de zorg omtrent de leerling.
2  Dan volgt een niveaubepaling op De Horizon door de IB-er om na te gaan of het kind in de juiste groep kan instromen.
3. De IB-er bepaalt na de niveaubepaling samen met de locatieleider of de leerling kan instromen op het groepsniveau van de school van herkomst. Eventueel volgt plaatsing in een groep lager.
4. Voorwaarden om tot plaatsing over te gaan zijn:
      •     De te bieden zorg moet voor de leerkracht geen probleem zijn. Dit wordt met de leerkracht, voordat er wordt overgegaan tot plaatsing, besproken.
      •     Er wordt rekening gehouden met de groepsgrootte en het aantal zorgleerlingen dat al in de groep zit.
      •     Bij plaatsing van zorgleerlingen moeten ouders rekening houden met een doublure en/of nader onderzoek.
5. Wanneer het geen speciale zorgleerling is en de voorwaarden om tot plaatsing over te gaan ook geen probleem zijn, kan de leerling worden ingeschreven op De Horizon als de ouders akkoord zijn. Wanneer het een leerling met speciale zorg of rugzak betreft dient het een teambesluit te zijn of we overgaan tot plaatsing op De Horizon.
6. Speciale afspraken, die met de ouders worden gemaakt, dienen op het inschrijfformulier te worden vermeld, zodat de ouders daar ook voor tekenen.
7. Als na plaatsing blijkt, dat ouders of de school van herkomst informatie over hun kind hebben achtergehouden, worden de betrokken personen hierover aangesproken.
 
Procedure bij weigering tot toelating:
Indien de directie besluit een leerling niet tot zijn school toe te laten en ouders tekenen daartegen beroep aan, geldt daarvoor de volgende procedure:
a. De directie legt de ontstane situatie voor aan de algemeen   directeur van de stichting PCPO.
b. De algemeen directeur hoort de ouders.
c. De algemeen directeur organiseert een gesprek tussen betrokkenen en tracht een oplossing tot stand te brengen.
d. Indien het geschil niet is opgelost, legt de algemeen directeur de kwestie ter advisering voor aan de voorzitter van het bestuur.
e. Het advies wordt ingebracht bij een tweede gesprek.
f.  Indien het geschil niet is opgelost, neemt de algemeen directeur, samen met de voorzitter, een besluit.
g. De algemeen directeur deelt de ouders het besluit mee.
 
Uitvoering:
1. Conform hetgeen is vastgelegd in het directie-statuut is de directie belast met de uitvoering van de besluiten en de regelgeving met betrekking tot dit reglement.
2. In gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.
 
Leerlingvolgsysteem:
 
Onze school heeft een uitgebreid systeem van zorgverbreding. De leerlingen van de groepen 1 en 2 worden m.b.v. observaties van het Ontwikkelings Volgmodel Memelink in hun ontwikkeling gevolgd. Hierbij worden allerlei aspecten van de ontwikkeling systematisch geobserveerd en genoteerd en wordt, indien nodig, extra stimulans gegeven op de nog te ontwikkelen gebieden.
Dit observatiesysteem sluit aan bij het ontwikkelingsgericht onderwijs. Wanneer een kind een half jaar onderwijs heeft gevolgd krijgt het met de volgperiode januari - juni een rapport mee. Vanaf groep 1 worden leerlingen twee keer per jaar m.b.v. CITO-toetsen systematisch getoetst op het gebied van taal, rekenen, technisch en begrijpend lezen. Eind groep 7 volgt de CITO Entreetoets en halverwege groep 8 de CITO Eindtoets. De resultaten geven een goed individueel-, klassen- en schooloverzicht. We noemen dit het leerlingvolgsysteem. Vanaf het vorige schooljaar hebben wij ook een (digitaal) leerlingvolgsysteem voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen van groep 1 t/m 8. De resultaten van deze toetsen worden bij het rapport gevoegd ter inzage voor de ouders.
De klassenleerkracht en de intern begeleider spreken de toetsresultaten door en beslissen samen welke onderdelen extra aandacht nodig hebben en welke leerlingen extra hulp zullen krijgen. Alle leerlingen die niet het gewenste leesniveau (aangegeven met AVI-niveau) beheersen en alle leerlingen die met de CITO-toetsen een onvoldoende (D of E) scoren, krijgen extra hulp. Deze hulp wordt zoveel mogelijk in de les zelf gegeven door de eigen leerkracht. Bijvoorbeeld tijdens momenten van zelfstandig werken of door extra instructie tijdens de les of door gerichte aandacht en interactie op eigen niveau. In enkele gevallen zal een kind individuele hulp krijgen.
 
Met extra hulp kan ook worden gestart naar aanleiding van achterblijvende resultaten tijdens de dagelijkse lessen. Die hulp wordt in eerste instantie door de leerkracht in de klas gegeven en hiervoor wordt een zogenaamd hulpplan opgesteld. Na zes weken wordt het hulpplan geëvalueerd en op basis daarvan wordt een nieuwe beslissing genomen. Het hoeft hierbij niet altijd om leerachterstanden te gaan, maar ook om concentratieproblemen, gedragsproblemen, problemen met de motoriek, enz.
 
Rapportage:
 
Rapportage naar ouders vindt twee keer per jaar plaats d.m.v. het rapport. Verder zijn er 3 momenten per jaar voor ouders en leerkrachten om de ontwikkelingen op cognitief en sociaal-emotioneel gebied met de ouders te bespreken.
 
De drie gespreksmomenten zijn:
1e keer     :   na ± 3 maanden in oktober / november.
                    Dit gebeurt op verzoek van uzelf of op uitnodiging van de leerkracht.
2e keer     :   na uitreiking van het 1e rapport in februari, de zgn. 10-                     minuten gesprekken.
                  
                    Dan zullen ook de voortgezet onderwijs                   adviesgesprekken plaatsvinden.
                   Deze worden op uitnodiging van de leerkracht voor              ieder kind gehouden.
3e keer     :   in de maand juni op verzoek van de leerkracht of uzelf.
 
De 1e en 3e keer zijn zeker van belang wanneer het om zorgleerlingen gaat (leerlingen waarvan een zorgdossier aanwezig is bij de IB-er).
 
Alle rapportcijfers worden besproken door de klassenleerkracht, de directie en de intern begeleider. Bij het eerste en laatste rapport in een schooljaar vindt er vooraf een team-leerlingbespreking plaats. Hier wordt een deel van de zorgleerlingen besproken. Bij deze besprekingen zijn aanwezig: de intern begeleider, de directie, de eigen leerkracht en leerkracht(en) van het vorige of volgende schooljaar. De conclusies van deze bespreking worden gecommuniceerd met de ouders via de leerkracht en/of de IB-er.
 
Resultaten van het onderwijs:
 
1. Leerlingen moeten voldoen aan de minimumdoelen die zijn vastgesteld (kerndoelen). Die worden m.b.v. 2 signaleringen getoetst.
2. De methodes die wij op De Horizon gebruiken voldoen aan deze doelen.
3. Eerste signalering: m.b.v. de methoden gebonden toetsen. Bij uitval: diagnosticeren en/of nader onderzoek doen. Taak van de leerkracht: remediëren en eventueel doelen bijstellen in overeenstemming met de problematiek, die uit de diagnose blijkt. Noteren welke hulp geboden wordt en wanneer.
4. Risicoleerlingen opsporen en extra hulp bieden, tijdens zelfstandig werken noteren welke hulp geboden wordt en wanneer.
5. Tweede signalering: de methoden overstijgende (CITO) toetsen voor taal, rekenen en lezen:
      A of B score                  : - zorgen dat leerling gemotiveerd blijft
      (± 50 % van alle leerlingen)      - uitdaging bieden d.m.v. extra opdrachten en/of verrijkingsstof
      C score (± 25 %)             : - op niveau deze leerling volgen
      D score (± 15 %)             : - diagnosticeren, waar ligt het probleem.
      (zwak)                              - nader onderzoek doen, wat is de oorzaak van het probleem
                                             - afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek en de mogelijkheden van de leerkracht: remediëren met een HP (handelingsplan)dat bij de diagnose past. Evaluatie van het HP en vervolgtraject. In ieder geval noteren wat er aan wordt gedaan.
      E score (± 10 %)             : - diagnosticeren, nader onderzoek doen naar de oorzaak van het
      (onvoldoende)                         probleem.
                                             - remediëren / speciale begeleiding m.b.v. een HP door eigen leerkracht tijdens zelfstandig werken of door een onderbouwcollega
                                             - evaluatie van HP na ongeveer 6 weken:
                                                •   is het gestelde doel bereikt
                                                • moeten we het doel bijstellen
                                                • hoe verloopt het vervolgtraject: is verder onderzoek door
                                                    onderwijsbegeleidingsdienst nodig.
 
Dit alles in overleg met de IB-er.
De leerkracht en/of de IB-er informeert de ouders over de extra hulp die wordt ingezet.
 
In groep 7 maakt elke leerling de CITO Entreetoets. Deze toets brengt goed in beeld voor welke leerstofgebieden nog aandacht moet zijn in groep 8. In groep 8 volgt dan in februari de CITO Eindtoets.  
Voor leerlingen die deze eindstreep niet bereiken is de extra hulp en zorg voor de leerling heel belangrijk. Als succes uitblijft wordt gekeken hoe er verder onderzoek moet plaatsvinden.
 
•   De intern begeleider overlegt met de ambulant begeleider van SBO voor nader advies. Indien nodig bekijken zij samen de leerling.
•   De intern begeleider wint advies in bij de Centrale Commissie Leerlingenzorg (CCL). Deze commissie bestaat uit vertegenwoordigers uit het basis- en speciaal onderwijs, aangevuld met externe deskundigen. Zij stelt nadere adviezen op voor de basisschool. De leerkracht stelt de ouders van deze stap op de hoogte.
•   De CCL besluit een nader onderzoek in te stellen. Dit kan bestaan uit een psychologische test of een vaardigheidsonderzoek. Afhankelijk van de uitkomst wordt een advies opgesteld. Het onderzoek wordt niet eerder begonnen dan na toestemming van de ouders.
•   De CCL kan na onderzoek het advies geven begeleiding aan te vragen bij een school voor speciaal onderwijs (zg ambulante begeleiding). Het kind kan ook een TOV (tijdelijke opvang) plaats krijgen op de SBO school voor een aantal weken. Zodra de doelen zijn bereikt, eindigt de begeleiding. Ouders moeten toestemming geven voor deze aanpak. Deze stap kan worden overgeslagen, indien blijkt, dat deze begeleiding te intensief gaat worden zonder zicht op blijvend resultaat.
•   De CCL geeft na onderzoek het advies de leerling over te plaatsen op een school voor speciaal onderwijs. Zij geeft in het advies aan welke type speciaal onderwijs in aanmerking komt. Voor deze plaatsing is toestemming vereist van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). Deze commissie heeft tot taak na te gaan of alle vorige stappen naar behoren zijn uitgevoerd en geeft al of niet een beschikking af voor toelating tot het Speciaal Onderwijs.
 
Ook kan een andere procedure worden gevolgd.
Wanneer een leerling een aangetoonde en gediagnosticeerde stoornis heeft, kunnen ouders een “rugzakje“ aanvragen bij het RECof volgt plaatsing op een Clusterschool voor speciaal onderwijs.
Wanneer de aanvraag wordt toegewezen, kan de leerling extra hulp krijgen gedurende een bepaalde tijd. Het is hierbij van belang, dat de hulp die wordt ingezet binnen de mogelijkheden van de basisschool past en de beslissing door het gehele team wordt gedragen.
 
Als gevolg van afspraken, die gemaakt zijn in het kader van het project “weer samen naar school" (W.S.N.S.) is het de bedoeling de leerlingen zo lang en zo veel mogelijk in de basisschool te begeleiden. Het bovenstaande stappenplan tracht deze doelstelling te realiseren.
 
Handelen bij dyslexie:
Bij leerlingen met dyslectische kenmerken wordt in groep 7 of 8 onderzoek gedaan of het probleem de dyslexie betreft. Hiervoor worden de lees- en taalontwikkeling bekeken door onze intern begeleider. Is het probleem na onderzoek aantoonbaar op deze leergebieden, dan ontvangt het kind een dyslexiebrief.
Om een dyslexieverklaring te krijgen moet naast het aantonen van dyslectische kenmerken ook een psychologisch onderzoek plaatsvinden. De ouders zijn vrij om dit onderzoek te laten doen en zullen dit zelf moeten bekostigen. Pas als na dit onderzoek blijkt, dat het dyslexie is, ontvangt het kind een dyslexieverklaring van de instantie waar uw kind is onderzocht.
Bij aangetoonde dyslectische kenmerken en/of een dyslexieverklaring treedt ons protocol in werking en kan de leerling met een aangepast lesprogramma het onderwijs in de meeste gevallen op onze school blijven volgen. Dit document ligt ter inzage op school.

copyright © 2013 | pcb De Horizon | locatie Roerdomplaan 88 | 2903 TJ Capelle aan den IJssel | locatie Koggerwaard 1 | 2904 SC Capelle aan den IJssel

directie mevr. N. Bakker | tel. Roerdomplaan 010-4505563 | tel. Koggerwaard 010-4508346 | powered by emjee ICT diensten | Inloggen |